Dageraad
Met het najaarsprogramma Dageraad stond het Sweelinckorkest stil bij momenten van verandering, hoop en een nieuw begin. De drie werken op het programma laten ieder op hun eigen manier een omslagpunt horen: van het verlangen naar een betere toekomst tot het ontwaken van een nieuwe dag.
Het concert opende met de sprankelende Ouverture van Grażyna Bacewicz. Dit werk schreef zij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de onzekere omstandigheden klinkt in de muziek vooral energie, optimisme en de verwachting van betere tijden door.
Vervolgens speelde het orkest Martinů's Celloconcert nr. 1 met solist Thomas Prechal. In dit virtuoze werk combineert Martinů invloeden uit de Tsjechische volksmuziek met zijn kenmerkende ritmische energie. Het resultaat is een levendig en meeslepend concert waarin lyrische passages worden afgewisseld met momenten van grote kracht en dynamiek.
Na de pauze klonk Bruckners Vierde Symfonie, beter bekend als de Romantische. De symfonie opent met een beroemde hoornsolo die vaak wordt geassocieerd met een zonsopgang. Vanuit deze eerste klanken ontvouwt zich een groots muzikaal landschap vol natuurbeelden, heldhaftige taferelen en weidse vergezichten. Daarmee vormde het werk een passende afsluiting van een programma waarin de dageraad, zowel letterlijk als figuurlijk, centraal stond.
Programma
Grażyna Bacewicz – Ouverture
Bohuslav Martinů – Celloconcert nr. 1
Anton Bruckner – Symfonie nr. 4 "Romantische"